Lenzen uitdoen:

    1. Was altijd als eerste je handen voordat je je lenzen of je ogen aanraakt en gebruik bij het afdrogen een pluisvrije handdoek.
    2. Vul het lenzendoosje met nieuwe lenzenvloeistof.
    3. Begin bij het uithalen van je lenzen altijd met de rechter contactlens.
    4. Gebruik de wijsvinger van één hand om het onderste ooglid naar beneden te trekken.
    5. Zet de duim en wijsvinger van de ander hand tegelijk op de contactlens en haal deze naar elkaar toe en neem de contactlens uit.
    6. Afhankelijk van het type contactlensvloeistof. Leg de lens in je handpalm en wrijf lichtjes met de vloeistof om de vuile deeltjes er af te poetsen en spoel de lens af.
    7. Plaats de contactlens dan in de lenshouder en schroef de lenshouder dop erop.
      Let op dat de lens goed onder het vloeistofniveau zit om beschadigingen bij het dichtdraaien van de dop te voorkomen.
    8. Herhaal deze stappen om de andere lens uit te doen.
    9. Krijgt u de lens moeilijk van het oog dan helpt het om een druppeltje vloeistof op het oog te plaatsen of de lens te verschuiven naar het witte gedeelte van het oog om de lens dan pas eruit te halen.